- Tuinontwerp - 

Hoofdstuk 1 - Inleiding

Hoofdstuk 2 - Architectuur

Hoofdstuk 3 - Tuinmaterialen

Hoofdstuk 4 - Tuinplanten

Hoofdstuk 5 - Natuurinrichting

Hoofdstuk 6 - Publieke buitenruimte

Hoofdstuk 7 - Bedrijfsgroen

Hoofdstuk 8 - Agrarisch groen 

Hoofdstuk 1 - Inleiding

Een tuinontwerp hoeft niet duur te zijn. Een beetje hovenier schud het zo uit zijn mouw. Mijn leermeester Arie Kooij (vanaf 1972) had meestal maar een enkel velletje ruitjespapier nodig met wat snelle schetslijnen. Of het ontwerp werd ter plekke bedacht en met de klant besproken en op de geharkte grond getekend en/of met piketten uitgezet. Voor vloeiende lijnen werd zo nodig een tuinslang of een dik touw neer gelegd. En het beplantingsplan werd meestal pas s'ochtends vroeg op de bomenveiling Boskoop bedacht in een race met collega's voor de mooiste planten. Zulke vrije aanleg hoveniers hielden daarmee automatisch de kwaliteit en creativiteit op het aller hoogste niveau. Duurzaamheid betekent ook een tuin bouwen waarmee een klant gelukkig is en die dus jaren meegaat met planten die op de juiste plek staan te gedijen naar groeifactoren en conform de maximale habitus (groeivorm).

 

Natuurlijk kan een ontwerp met offerte van tevoren helemaal uitgedacht en getekend worden. Vooral als het een bepaald thema betreft of bijvoorbeeld een uitgekiende beplanting of in een specifieke tuinstijl. Binnen een bepaalde vorm zijn er ontelbare mogelijkheden aan vormen en planten en materialen. Voor deze veranda bijvoorbeeld had de klant al een foto uitgezocht op het internet uit de Verenigde Staten die ik helemaal met de hand uit kale lange balken en planken heb vervaardigd, wel met van tevoren een bouwtekening gemaakt, maar met aanpassingen tijdens de bouw op regie van de klant zoals de baby blauwe vakjes wand die de schutting verbergt en meer schoren (schuine balkjes) in bovenhoeken. De drie voortuinen laten zien hoe eindeloos veel mogelijkheden er zijn om te variëren binnen een bepaalde omgeving. Specifieke klantwensen maken het makkelijker om te kiezen en een tuin bij een woning is ook een plek om in te leven en van te genieten naar eigen voorkeuren en smaak en leefstijl.   

 

Ruim honderdduizend planten heb ik heden bestudeerd en beschreven waarvan er in Nederland tienduizenden verschillende soorten en cultuurvariëteiten toepasbaar en meestal verkrijgbaar zijn. Uit de Nederlandse natuur zijn wel een aantal plantensoorten toepasbaar in de tuin bijvoorbeeld het Engels Gras (Armeria maritima = gewapend, aan de zeekust groeiend) maar de meeste planten zijn van vroeger tot heden in Nederland geïntroduceerd geweest en daarna vaak veredeld door kwekers. Deze planten komen overwegend uit vergelijkbare gemativeel gde klimaten met name uit China en Japan en ook Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland en delen van de Verenigde Staten alsmede bergflora zoals uit de Himalaya en de Alpen. Onze kamerplanten komen meestal uit Subtropische- tot zelfs Tropische gebieden en zelfs uit warme regenwouden. De gemiddelde tuin in Nederland bevat een mix van planten die oorspronkelijk uit bijna de hele Wereld komen. Zelfs de meest algemene haagplant Liguster (Ligustrum) komt uit China en bijvoorbeeld het Chinees Klokje (Forsythia) is door Hollandse kwekers gekruist en geselecteerd tot een vorm (Forsythia x.intermedia 'Spectabilis') met grotere en dieper gele bloemen en thans overal toegepast ook in plantsoenen. In de vrije natuur ondervind elke plantensoort haar eigen specifieke groeiplaats factoren en planten werken vaak samen in plantverbonden met andere soorten en geslachten. Vaak gebeurt dit in opvolgende successie reeksen bijvoorbeeld van water naar moeras tot bosvorming wat over de eeuwen ook weer verandert naar de meest stabiele vorm. Pioniersplanten zijn de eersten en kunnen vaak zonder bodemleven een nieuw territorium begroeien bijvoorbeeld Akkerdistel (Sonchus). Andere planten zijn heel gevoelig voor elke omstandigheid vooral de bodem, warmte en licht zijn belangrijk. De fraaiste plant op de juiste plek laten gedijen is de grote kunst.    

Hoofdstuk 2 - Architectuur

deel 1 - Typen tuinen

deel 2 - Tuinstijlen

deel 3 - Ontwerpmogelijkheden

 

2.1 Typen tuinen

Het oerbegrip tuin is ideaal te omschrijven als Locus amoenus wat betekent 'Een lieflijke plek in de natuur' en wat zich vertaalt als een omsloten groene ruimte die in cultuur gehouden wordt.

 

Indeling locatie en gebruik;

 

Achtertuin

Arboretum

Balkontuin

Bijentuin

Binnentuin

Bloementuin

Boerderijtuin

Bostuin

Daktuin

Dierentuin

Ecologische tuin

Gemeenschapstuin

Geveltuin

Heemtuin

Heidetuin

Kijktuin

Kinderboerderij

Kloostertuin

Landgoed

Landschappelijk groene korrel

Minder valideren tuin

Moestuin

Muurtuin

Patiotuin

Peutertuin

Pinetum

Revalidatietuin

Rosarium

Rotstuin

Showtuin

Speeltuin

Stadsboerderij

Stadstuin

Vlindertuin

Volkstuin

Voortuin

Watertuin

Zijtuin

2.2 - Tuinstijlen

deel 1 - Oud Hollands

deel 2 - Klassiek

deel 3 - Oriënt

deel 4 - Meditterraan

deel 5 - Engels

deel 6 - Duits

deel 7 - Modern

deel 8 - Natuur

 

Deel 1 - Oudhollands

Abdijtuin

Arboretum

Boerderijtuin

Kloostertuin

Koopmanstuin

 

Deel 2 - Klassiek

Barok 

Byzanthijns

Grieks

Renaissance

Roccoco

Romaans

 

Deel 3 - Oriënt

3.1 - China

Dichterstuin

Paradijstuin

Tempeltuin

Volkstuin

 

3.2 - Japan

Bloesem

Korakoe

Pagode

Zen

 

Deel 4 - Meditterraan

Spanje

Marocco

Perzië

Toscanië

 

Deel 5 - Engels

Cottage

Landscape

Victoriaans

 

2.3 - Ontwerpmogelijkheden

deel 1 - Schetsontwerp

deel 2 - Detailtekening

deel 3 - Perspectieftekening

deel 4 - Matenplan

deel 5 - Grondplan

deel 6 - Beplantingsplan

deel 7 - Werkplan

deel 8 - Bestek

deel 9 - Offerte

Hoofdstuk 3 - Tuinmaterialen

Deel 1 - Grond

Deel 2 - Organisch

Deel 3 - Hout

Deel 4 - Steen

Deel 5 - Kunststof

Deel 6 - Metaal

Deel 7 - Glas

Deel 8 - Water

Deel 9 - Stroom

 

Hoofdstuk 4 - Tuinplanten

deel 1 - Indeling der plantenrijk

1.1 - Lager plant = Sporenplant

1.1.1 Alg

1.1.2 Schimmel

1.1.3 Zwam

1.1.4 Mos

1.1.5 Lycheen

1.1.6 Varens

1.1.7 Boomvaren

 

2.1 - Hogere plant = zaadplant

2.1.1 - Eénzaadlobbige = Familie der Grasachtigen

2.1.1 - Tweezaadlobbige = ontkiemen met twee kiemblaadjes tegelijk

2.1.1.1 - Kegeldrager = conifeer, meestal met naalden en/of schubben

2.1.1.1 - Bloemplant = meestal met bladeren en bloemen met stempel en meeldraden

 

deel 2 - Typen planten

deel 3 - Tuinplanten

deel 4 - Kamerplanten

deel 5 - Kas en serre

deel 6 - Heemplanten

 

Hoofdstuk 5 - Natuurinrichting

Akkergebied

Baakboom

Beek

Bloemenweide

Boerengerief

Bos

Bron

Coulissenlandschap

Dierenweide

Dijk

Drinkplaats

Duin

Ecologische verbindingszone

Eendenkooi

Fauna

Fauna vervalsing

Flora

Flora vervalsing

Geluidswal

Gemengd bos

Genenpoel

Grafheuvel

Griend

Groene korrel

Habitat = Natuurlijke leefomgeving

Habitus  = Natuurlijke volwassen groeivorm

Hakhoutwal

Heemtuin

Heideveld

Hondentoilet

Hoogveen

Hunebed

Imker

Insectenhotel

Knotboom

Naaldbos

Natuurpark

Matuurlijk areaal

Kwelder

Laagveen

Landgoed

Loofbos

Meer

Mergel

Multifunctioneel bos

Moeras

Natuurven

Oerbos

Oever

Oeverwal

Pestbosje

Plantenverbond

Poel

Polder

Productiebos

Regenwater retentie

Relict

Relictplaats

Reservaat

Rietveld

Rivierdelta

Saltus

Schaapskooi

Stikstofinslag

Stinze

Struweel

Stuifzand

Successie reeks

Trimparcour

Trommelboom

Ruiterroute

Rivierdelta

Uiterwaard

Uitkijkpost

Vaart

Veengebied

Verspreidingsgebied

Vesting

Vogelbosje

Wandelpad

Wandelroute

Wegberm

Wildhut

Wildtunnel

Wildrooster

Windsingel

Zandafgraving

Zeldzaam